Onderzoeksthema's

Het onderzoeksprogramma van de Eindhoven School of Education met als titel 'Professional Learning' kent twee thema's. Een generiek thema, de professionele ontwikkeling van leraren en een specifiek thema, science- en techniekeducatie. Een uitgebreide beschrijving van het programma, inclusief details en theoretische onderbouwing, vindt u in het volledige onderszoeksprogramma (pdf, 2007).

Professionele ontwikkeling van leraren

De initiële opleiding van leraren reikt veel verder dan het realiseren van de zogenoemde startcompetentie, die de beginnende leraar in staat moet stellen een redelijke start te maken als docent. Expertiseontwikkeling vindt pas plaats in de praktijk van het onderwijs op basis van ervaringen. Dat gaat niet vanzelf; de expertiseontwikkeling zal ondersteund moeten worden, wil deze effectief verlopen. De vraag is hoe de ontwikkeling van docenten tot experts in het onderwijs te bevorderen met als kern het leren op de werkplek. Het gaat dan niet alleen om studie van het proces en de omstandigheden waaronder dat verloopt met het oog op theorievorming. Ook is het doel te komen tot generieke richtlijnen, methodieken en materialen die dat proces bevorderen c.q. ondersteunen.

Science- en techniekeducatie

Het andere thema van het onderzoeksprogramma is science- en techniekeducatie. Expertiseontwikkeling bij leraren is in belangrijke mate gerelateerd aan de inhoud van het onderwijs en de wijze waarop die inhoud in onderwijskundige, didactische en pedagogische zin wordt gehanteerd. Het gaat dan niet alleen om het onderwijs in de exacte vakken in het voortgezet onderwijs, maar om alle vormen van science- en techniekonderwijs, inclusief de introductie van techniek in het basisonderwijs. Dit thema is deels als een verbijzondering te zien van het eerste in de zin dat de generieke inzichten, concepten, onderzoeksmethoden en instrumenten een specifieke toepassing vinden in science- en techniekeducatie.

Praktijkgericht

Voor beide thema's geldt dat het onderzoek relevant dient te zijn voor de onderwijspraktijk. Daarom richt het onderzoek zich met name op voorziene of gerealiseerde innovaties in het onderwijs. Ook in de zin van beroepsinnovaties. Praktische relevantie wordt onder meer nagestreefd door onderzoek bij voorkeur in de onderwijspraktijk te doen plaatsvinden, door onderzoeksvragen in samenspraak met onderwijsgevenden te ontwikkelen en door onderzoeksbevindingen niet alleen in wetenschappelijke publicaties te rapporteren, maar ook in op gebruikers gerichte media. Waar mogelijk wordt de opbrengst van onderzoek ook omgezet in voorbeelden, trainingen, methodes, prototypisch materiaal ten behoeve van onderwijsgevenden. Ook wordt gezocht naar betrokkenheid van docenten bij de uitvoering van onderzoeksprojecten.