Waarom deze studie aan de TU/e in Eindhoven?

Een belangrijk kenmerk van de masteropleiding Science Education in Eindhoven is dat de opleiding – naast de vakkennis van de leraar – sterk gericht is op innovatief vermogen van de afstuderende bèta-leraren. Dit innovatieve vermogen wordt ontwikkeld door enerzijds  samen te werken met onderzoekers (er zijn tientallen promovendi op de ESoE werkzaam) en anderzijds door de intensieve contacten van de ESoE met scholen in de regio die innovatief bezig zijn in de sector bèta-techniek. Het afstudeerproject met omvang van 30 stp ECTS is hiervoor een belangrijk onderdeel: je doet, uitgaande van de gekozen specialisatie, toegepast onderzoek gericht op de schoolpraktijk. Je wordt daarbij begeleid door ervaren onderwijs-onderzoekers.

De hier boven geformuleerde visie is gebaseerd op de volgende 7 uitgangspunten:

  • Het opleiden vindt plaats vanuit een leerperspectief: het leren van studenten in de opleiding staat centraal, de bij de opleiding betrokken docenten creëren daarvoor adequate leeromgevingen;
  • Voor de vormgeving en inrichting van deze leeromgevingen vindt plaats in samenwerking met een vertegenwoordiging van het scholenveld waarvoor ESoE opleidt;
  • Het vakdidactisch/onderwijskundig onderzoek dat de studenten uitvoeren, is gelieerd aan het onderzoeksprogramma van ESoE;
  • Scholen zijn medeverantwoordelijk voor de opleiding van de studenten tot startbekwame professionals, hetgeen betekent dat ESoE investeert in de ondersteuning van scholen hierbij en dat, omgekeerd, ESoE van scholen verwacht dat zij volgens deze filosofie met de ESoE samenwerken;
  • Zowel op het instituut als in de scholen vindt ondersteuning van studenten plaats bij de ontwikkeling van hun professionele identiteit, dat wil zeggen dat naast het leren van professionele kennis en vaardigheden ook aandacht en ruimte gegeven wordt aan de persoonlijke dimensie (achtergronden, interesses, voorkeuren e.d.) in de ontwikkeling tot docent;
  • De uitstromende studenten moeten door scholen worden gezien als beginnende professionals die in staat zijn om naast het verzorgen van onderwijs ook bij te dragen aan vernieuwingen in scholen op het gebied van onderwijs- en leerprocessen. Hierbij doen zij dit vanzelfsprekend vanuit het perspectief van de professionele groei die zeker in de eerste jaren van de beroepsuitoefening nog plaats vindt;
  • Leidend voor het curriculum zijn de SBL competenties. Daarnaast is de SEC een w.o.-masteropleiding, dus de onderzoekscompetentie op w.o-niveau dient vanuit het curriculum gewaarborgd te worden.